Waarom is deze eerste september anders dan de 41 vorige?

“Collega’s, ik vertrouw op jullie, vertrouw op jezelf, JULLIE kunnen het beter dan ik”.

Mijn tijd in loondienst zit er op

Het is terug 1 september, net zoals voorbije 41 jaar. Die lange tijd maakte ik deel uit van het onderwijzend personeel en later van de ‘kwaliteitsbewakers’ van onderwijs.

Vandaag dus niet. Ik ben gisteren tot 12 uur opgebleven, net als bij een verjaardag, om de datum te zien veranderen van 31 augustus naar 1 september.

Mijn tijd in loondienst zit er op. Ik heb het graag en soms ook minder graag gedaan maar wie mij kent, weet dat ik vaak niet toegeef aan negatieve gevoelens omdat ik daar zelf meest last van heb.

Ik zal nog lang door Vlaanderen en Brussel rijden en zeggen tegen mijn medepassagiers dat ik hier en daar en ginds in een school op bezoek was. Gisteren vroeg Mijnheer Luc-raak nog verwonderd hoe ik een bepaalde streek zo goed kende. ‘Terwijl jij door Brakel reed om patiënten te verzorgen, reed ik Vlaanderen rond’ lichtte ik toe. Kijk, dat is tot nu het grote verschil tussen werken en anders-actief-zijn. Er is tijd om ons vragen te stellen over zaken die ons vroeger ontgingen.

Tijd voor herinneringen

En wat ik deze morgen deed? Ik zocht een plek en een naam voor het kunstwerkje dat wij onszelf cadeau deden. (Gekocht van een actieve gepensioneerde.) ‘Belle’ fleurt een schijnbaar verloren plaatsje op in de tuin. Nu nam ik daar de tijd voor en we gingen daarover in overleg. Lang geleden dat we daar zoveel tijd voor namen.

Ik bestelde zijden bloemen voor de Aalto-vaas van Iittala die wij van de kinderen kregen voor onze robijnen huwelijksjubileum. Ik had nog nooit zijden bloemen in huis maar deze vaas is mij zo dierbaar dat ik ze niet wil breken als ik de bloemen en het water ververs. Schijnbaar onbenullig maar een nieuw inzicht en een beetje zelfkennis. En die vaas is opnieuw een prachtige herinnering aan onderwijs. Enkele jaren geleden mocht ik in Finland het ‘Beste onderwijs ter wereld’ bezoeken. Na het bezoek in het noorden breiden we er een weekend Helsinki aan. Onze oudste dochter woonde toen in Stockholm en vloog over. Wie aan Fins design denkt, denkt Iitalla. En regelmatig geven mijn dochter en ik elkaar als een warme herinnering aan dat weekend een Fins presentje. En natuurlijk komen de herinneringen aan dat leef- en onderwijssysteem naar boven.

I feel blessed

Ik mocht les geven in mijn streek en in de school waar ik als kind rondliep. Ik mocht onderwijssystemen in Vlaanderen, Brussel en Europa bezoeken. Ik mocht meedenken met directeurs en leerkrachten maar moest hen ook evalueren en beoordelen. Part of the job, iemand moet het doen.

Zonder mij tikt de klok even snel

Het zijn een pak herinneringen, die dag na dag door mijn handen en hoofd zullen gaan. Onderwijs geraakt misschien nooit meer uit mijn systeem maar ik heb geen verdere plannen in die richting.

En terwijl ik online voor het eerst in mijn leven passende zijden bloemen koos, (moeilijk!) popte de chat van de vergadering die mijn oud-collega’s volgden, op. We zijn nog (eventjes) geconnecteerd. De titel van de vergadering deed mij vermoeden dat het aartsmoeilijke materie was. Plots overviel mij het gevoel ‘Ik zou dat niet meer kunnen’. Gelukkig heb ik dat gevoel voorheen nooit gehad.

Tegen elven ging ik al naar de brievenbus. Ik zag dat mijn gepensioneerde buren vaak doen. Ja, de postbode bracht vreugde onder de vorm van afscheidskaartjes. Dit is eentje dat er uit sprong. Zo grappig. ‘Geen idee wat we zonder jou moeten … maar we gaan het proberen

“Collega’s, ik vertrouw op jullie, vertrouw op jezelf, JULLIE kunnen het beter dan ik. Ik ben nu al blij dat jullie voor de toekomst van goed onderwijs willen en zullen zorgen.” Ik heb andere bezigheden.

Plots oud?

Natuurlijk niet. In gedachten zit ik al volop in de volgende fase van mijn leven. ‘Passie’ wordt mijn dagelijkse mantra.

Dit weekend mocht ik verschillende anders-actieven ontmoeten die na hun pensioen hun echte passie vonden. Ik zag glassculpturen, schilderijen, handwerken en beeldhouwwerken van hoge kwaliteit die mijn ziel raakten. En voor mij stonden 70 ers wiens leeftijd ik enkel kende omdat ik er (beroepsmisvorming) naar vroeg maar ze straalden een jeugdigheid uit die ik te weinig zie bij mensen in hun actieve periode.

Van harte, dank je wel

Aan alle directeurs en leerkrachten die mijn weg kruisten, wil ik nog zeggen dat ik altijd het belang van goed onderwijs voor het kind voor ogen hield. Misschien was ik soms te direct in de communicatie maar mijn hart ligt op mijn tong. Ik weet het. Mijn ouders hebben jarenlang gezegd dat ik eerst mijn tong 10 keer moest ronddraaien voor ik iets zei maar met de jaren ben ik zelfs nog intuïtiever geworden en nog meer uit mijn hart gaan spreken en leven.

Dat maakt mij gelukkig en daardoor sta ik vol enthousiasme als een veulen te popelen om aan de volgende fase van mijn leven te beginnen.

Dank voor de collegialiteit, dank voor de vriendschap, dank voor wat jullie deden en doen om kinderen kansen te geven, dank om mijn luc-rake ideeën en woorden te tolereren.

Liefs

Lucrèce

En toen vloog de deur open, de inspecteur was daar …

Ik herinner mij als gisteren mijn eerste bezoek van een inspecteur. Het was mijn eerste jaar en in het zesde leerjaar. De les: ‘Het soortelijk gewicht”. Ik was al zenuwachtig voor de les op zich. Dit is de moeilijkste wiskundeles van de lagere school. Een toepassing op wat leerlingen leren gedurende de volledige lagere school, de integratie van volume en gewicht. Een les die automatisch leidt tot veel vraagstukken waarbij de wiskundige kennis en de probleemoplossende vaardigheden serieus op de proef gesteld worden, van leerkrachten en leerlingen.

Vorige week was ik in een klas en de leraar koos deze les om bezoek te krijgen van de inspectie, van mij dus. Wat een verschil bij vroeger. Bij mij stak de inspecteur met in zijn kielzog mijn directrice de deur open en daar waren ze. Ik stond vooraan met een weegschaal, liters, water, kiezelstenen, zand, rijst, maïs. Grondstoffen die moesten gewogen en gemeten worden. Nu weten scholen weken op voorhand voor welke les de inspectie zal komen kijken.

Chapeau voor de leraar die deze les vrijwillig koos. Hij had wel veel meer ervaring dan ik toen, hij was een prille zestiger, ik toen een naïeve twintiger.

Ik herinner mij hoe ik beefde nadat de deur terug dicht sloeg. Zo was dat in mijn herinnering. Alle wegen, meten en experimenteren trok ik naar mij toe en ik probeerde toch vol enthousiasme de leerlingen te betrekken bij de les. Het lukte niet zo goed. Dat ik een ladder in mijn kous had en dat de directrice, de ros, de inspecteur daar op wees, deed geen goed aan mijn zelfvertrouwen.

Ik herinner mij de inspecteur als een arrogant iemand. Toen hij vroeg of hij een paar voorbereidingen mocht zien, haalde ik mijn twee dikke mappen boven. Hij schoof ze mij onmiddellijk terug en herhaalde streng ‘Een paar!”. Ik was van mijn melk.

Het verslag viel al bij al mee maar slechter dan een goed verslag zijn de gevoelens die je er aan overhoudt.

In mijn herinnering was de man zeker twee meter groot. Toen ik bijna 25 jaar geleden bij de onderwijsinspectie kwam werken, zag ik zijn naam op de lijst zag staan. Ik vond hem niet, hij werd mij aangewezen. Ik had hem nooit zelf gevonden. Hij leek toen wel op een mens en was amper 1 meter 60 groot. Soms maken we mensen te groot en veel te belangrijk in onze herinnering.  

Na het handtekenen van het verslag kwam ik terug in de klas. De leerlingen verontschuldigden zich. “Juffrouw, we hadden liever veel meer antwoorden kunnen geven op jouw vragen, maar jij was zo nerveus en wij durfden geen fouten maken. Misschien kreeg jij dan een slecht verslag.” Mijn leerlingen hadden duidelijk met mij te doen.

En dit hoorde ik vorige week ook. Een leerkracht van het zesde vertelde dat hij wil dat de leerlingen zo veel als mogelijk antwoordden in het Frans in “een normale les”. Nu de inspecteur er was, durfden zij dat niet en daarom antwoordden ze in het Nederlands. Ze hadden zich ook verontschuldigd na het inspectiebezoek.

Leerlingen zijn zo lief voor hun leerkrachten. Tijdens een gesprek met leerlingen zei een pientere jongen uit het vijfde leerjaar over zijn leerkrachten. “Mevrouw, je moet dat begrijpen, ze zijn allebei nog maar 23 jaar.” Ik weet nog niet wat ik moest begrijpen maar kreeg op slag veel begrip.

Voor mijn leerlingen van toen die nu ook al bijna 50 ers zijn en die een verwarrende eerste uitleg kregen over het soortelijk gewicht, kan ik alleen hopen dat ze het begrijpen, ik was pas 20 jaar.

Mijn eerste inspectiebezoek