Over overgave en opgave bij dementie

Ik stond om 7 uur uitgerust op en voelde mij om 8 uur al moe.

Ik bleef herhalen dat het zondag is. En dat ik vanavond terug kom slapen. Meerdere keren overliep ik het briefje, haar houvast. Ik schreef in het rood ZONDAG. Enkel het scheurbriefje van de kalender was daar het bewijs van. ‘Met één trok was alle oriëntatie weg’ dacht ik. En dan was het weer maandag in haar beleving.

Wat ik fout deed en waar ik zo moe van was, hoorde ik op de radio terwijl ik even naar huis reed. Overgave Lucrèce! Ik hoorde Ingeborg in de ROTONDE. Ze heeft het ook moeten leren.

“Overgave is dat stapje voor opgave”

In plaats van te blijven vechten en jezelf ziek te maken, kan je maar beter opgeven. http://www.luc-raak.be

Ingeborg is een type dat niet blijft vechten voor wat ze wil. Ze denkt dan maar dat wat ze niet kreeg eigenlijk niet voor haar bedoeld was. Ze leerde ook dat door dingen los te laten, oplossingen volgen.

Ik herken het. Ze vertelde over haar moeilijk zwanger geraken en toch de natuur haar gang laten gaan. Ik dacht aan mijn moeilijke zwangerschappen waarin ik mij overgaf en aanvaardde dat dit vruchtje niet voor ons was.

En dat geeft uiteindelijk een bevrijdend gevoel.

Heeft overgave dan een stapje voor op opgave of is overgave het stapje VOOR opgave?

Vechten of overgave?

Ik heb mezelf met momenten een lafaard gevonden omdat ik niet bleef vechten maar mij gewoon overgaf. Dat is niet ideaal voor je zelfbeeld, geloof me maar wel voor het stressniveau in je lichaam.

Blijven vechten brengt veel stress mee. En dan weet je nog niet of je gaat winnen.

Ik heb de Heer al verschillende keren bedankt omdat ik mij heb kunnen overgeven aan het lot. Toen achteraf bleek dat dat waar ik (niet) voor gestreden had, uiteindelijk zeker niet bij mij zou passen.

Ik herinner me dat ik tegen de kinderen op moeilijke momenten zei dat het allemaal zou goedkomen. Dat werd niet altijd in dank aanvaard. Ik zie mijn dochter nog kwaad roepen naar mij: ‘En zeg niet dat het allemaal gaat goedkomen’.

Ik weet het, veel mensen willen dat niet horen. Maar zoals ik de kinderen vertelde. ‘Je hebt eigenlijk geen keuze.’ Als je blijft geloven dat het een ramp is, dat het nooit meer goed komt dan krijg je stress. En je weet niet eens zeker dat er geen oplossing komt.

Of je geeft je over en knelt je vast aan de gedachte dat alles goed komt. Deze geeft minder stress en je weet uiteindelijk ook niet of het goed komt. Maar er is wel hoop.

HOOP stimuleert de gelukshormonen

Het verschil tussen overgave en opgave is hoop. Hoop is een positief gevoel en dat gevoel stimuleert onze gelukshormonen. Een gebrek aan deze hormonen leidt tot depressie.

Het gevoel te moeten opgeven daarentegen blokkeert ons en geeft een slecht gevoel. Bij overgave heb je de situatie dus meer in eigen handen. Ik kies om niet te vechten, om geen energie te verspillen, om los te laten, om het lot voor mij te laten beslissen. Overgave geeft meer autonomie. Ik beslis en ik kies zelf een leven met minder stress.

Er knellen nog schoenen

De overtuiging dat, ‘als ik iets niet krijg, het niet voor mij zal zijn’, zit diep in mij geworteld. Ik geef niet op voor ik begin, dat nu ook weer niet. Maar ik heb het gaandeweg geleerd en voor waarheid aangenomen. Als ik voel dat ik te veel tegenkantingen heb, laat ik los.

En daar wringt mijn andere schoen. Als we voor een hoger doel staan voor anderen, mogen we net niet te vlug opgeven. Ik heb in mijn leven gestreden en gevochten voor mijn hoger professioneel doel en ik voel dat ik gaandeweg om mezelf te sparen, opgegeven heb. En dat wringt nog steeds, zelfs nu ik binnen enkele maanden nog enkel zal bezig zijn met de activiteiten van Luc-raak; columns schrijven en copywriting.

Ons mama

Beginnende dementie keert niet. Ik maakte het meerdere keren mee in de familie. Toch is mijn overgave, aanvaarden wat is, hier het enige dat ik kan doen. Tientallen keren zeggen welke dag het is en evenveel keren beloven dat ik vanavond terug kom slapen, vraagt veel energie. Zeker als ik stress toelaat en de gaten in haar geheugen niet aanvaard. Door de situatie te aanvaarden, rustig en geduldig te blijven, halen we heel veel winst. Dan is er meer rust. Zo kunnen we nog genieten van de heldere momenten en dat is voor ons beiden beter.

Ik wil niet opgeven en blijven zorgen. Overgeven en aanvaarden zijn de enige keuzemogelijkheden.

Kwam een vrouw bij de dokter (en zijn assistente)

7 jaar heb ik psychologie gestudeerd.  7 jaar dat is langer dan een psycholoog er over doet. In mijn geval waren het bijvakken voor 3 opleidingen maar dan 7 jaar lang. Dus niet zo intens als de opleiding psychologie maar wel langer getrokken. En ik zeg nu al. Ik heb afgezien.  

Een divergent brein

Psychologie studeren, dat doet wat met een mens en zeker met deze mens en met mijn hersenen. Mijn brein pakt de realiteit zeer divergent aan. Ik leg het uit: Een brein kan convergent denken, focussen. Of aanleg hebben om divergent te denken, verbanden leggen. Wel dat van mij heeft die laatste aanleg en bij elke psychologische zelfs psychiatrische aandoening die ik moest bestuderen, ziek of gezond had ik voorbeelden uit mijn eigen leven.

Het begon al in de les. Een uur, soms twee opletten ging vaak moeilijk want in mijn hoofd zat een stem die mij onmiddellijk wees op het feit dat er indicaties waren dat ik die aandoening had. Meer nog, die stem nam mij mee naar de situatie en ik herbeleefde die alsof het NU (toen) was. Waar het hart van vol is, loopt de mond van over dus had ik de neiging om mijn buur te verstrooien of gewoon te storen met mijn voorbeelden.

Jonge mensen kunnen zich waarschijnlijk nog moeilijk een aula voorstellen waar één leraar vooraan staat en door de micro les geeft, terwijl de studenten eigenlijk doen wat ze niet laten kunnen of opletten. Dit volledig terzijde.

Psychologie studeren nam al mijn tijd in beslag

Vaak ging ik verward naar huis. Het was de tijd voor internet dus herlas ik thuis mijn nota’s of ging de aandoening opzoeken in de bibliotheek. Dit met de bedoeling meer duidelijkheid te krijgen over mijn geestelijke toestand.

Angst, bipolaire stoornis, depressie, eetstoornis,  psychose, schizofrenie, afasie, neurose of encefalitische encefalopathie, het voelde alsof ik dat allemaal had. (Die laatste aandoening is gewoon parate kennis. Ik prentte die zo hard in mijn geheugen dat ik die er nooit meer uit krijg. Als ik ooit dement ben, herhaal ik het woord nog.)  

Freud, Adler, Jung en nog veel anderen hebben er allemaal toe bijgedragen dat ik voelde dat er toch wel iets fout MOEST zijn met mij.

Ik volgde niet alleen de lessen maar ik moest de cursus nadien structureren, samenvatten, voorbeelden zoeken om indruk te maken op de examinator en blokken. En dan examens afleggen. In mijn herinnering was het examen psychologie altijd mondeling. Een kans voor de leraar om mij nog eens goed te observeren en misschien de bevestiging te krijgen dat er toch iets fout was met mij.

Ik had doorgaans ZEER goeie punten voor psychologie. Echt waar maar ik studeerde het dan ook bijzonder grondig.

Je kan alleen jezelf veranderen

Een mens moet aan zichzelf en het eigen welzijn denken en dat deed ik op de duur. Die zelfreflectie was te pijnlijk dus ging ik op een gegeven moment iedereen rondom mij analyseren. Ook daar geraakte ik vanaf. Gelukkig. Het heeft geen enkele zin om een ander te veranderen, dat kan je niet.

Intussen zijn we jaren verder en het gaat goed met mij. Vooral omdat ik gestopt ben met analyseren en ik mijn divergente brein een andere opdracht gaf; blogs en columns schrijven. Mijn hersencellen springen van vreugde nu ze alles met alles mogen verbinden, ook al heeft het weinig met elkaar te maken. Soms is het resultaat zelfs grappig.

En deze week mocht ik naar de dokter

Deze lange inleiding om tot mijn bezoek aan de dokter van deze week te komen. Ik moest op controle voor twee goedaardige tumoren die, als ze groeien, mijn hele hormoonhuishouding kunnen verwarren. Ik weet het al een paar jaar maar stelde de onderzoeken steeds uit. Zeker nadat ik deze zomer een angstaanval (zie je daar heb je het toch) kreeg tijdens een MRI-scan.  

Ik belde vorige maand een endocrinoloog. ‘Neen mevrouw, de dokter heeft een wachtlijst van meer van één jaar.’ Ze kon mij er opzetten en vroeg de reden. “Twee goedaardige tumoren”, zei ik met de nadruk op goedaardig.

Woensdag kreeg ik telefoon, ik mocht donderdag gaan. ‘De dokter neemt jou er tussen wegens de ernst van uw aandoening.’ LAP!

Vriendelijke en bekwame dokters, aan hen lag het niet

De dokter had een lieve assistente bij wie ik eerst op gesprek mocht. Ik kreeg bijzonder veel aandacht, werd ernstig genomen met al mijn klachten en voelde mij onmiddellijk veilig.

Na een dik half uur kwam de dokter binnen. Nu wil ik terloops de assistente beschrijven: Jong, slank, knap, heel verstandig maar nog in opleiding. Dus vond de dokter het nodig om heel veel uitleg te geven aan haar en ook een beetje aan mij. Ik was verplicht om te luisteren eigenlijk.  

Zij mocht daar in mijn bijzijn een soort mondeling examen afleggen. Ik wist niet dat we zoveel hormonen in ons lichaam hadden. De assistente kende ze precies ook niet allemaal. Erger was dat elk van die hormonen verantwoordelijk was voor kwaaltjes, klein en groot. Ik hoorde daar spreken over het ergste wat mij kon overkomen tot ouderdomsvlekken waarvan ik eerlijk gezegd vind dat ik er van gespaard ben gebleven. Mijn hersencellen creëerden vooral beelden bij het ergste. Ze waren het niet verleerd.

Daar is de vervelende stem weer

De stem in mijn hoofd was terug. Ik herkende heel veel van de opgesomde aandoeningen. En ik kon mij ook niet inhouden om af en toe, regelmatig zelfs, een aanvulling te laten registreren in mijn persoonlijk dossier. ‘Dat heb ik ook dokter’ . Telkens was dat zeer interessant en vuurden ze vragen op mij af om mijn probleem te ‘finetunen’. Het was heel belangrijk om zoveel als mogelijk te detecteren via het bloedonderzoek, anders moest ik terug onder de MRI. Dat argument gaf de doorslag om naar eerlijkheid te antwoorden.

Kwam een vrouw buiten bij de dokter

Ik voelde mij gezond toen ik binnen ging. Dat was veel minder toen ik het ziekenhuis verliet. Ik  bedankte de dokter en de assistente voor de goede zorgen. Maar ik zal vooral heel blij zijn als alle onderzoeken achter de rug zijn en ik gewoon mag horen dat de twee goedaardige tumoren verder GEEN ENKELE invloed hebben. Op niets.

Ik ben nog niets gaan opzoeken deze keer. Ik wil mezelf niet bang maken. Maar net stuurde iemand mij muziek door die de pijnappelklier ondersteunt in haar werking. Mooie rustgevende muziek, ik stapte 5000 stappen terwijl ik er naar luisterde. Maar met mijn pijnappelklier is niets mis, voor zover ik weet. Voor alle zekerheid vroeg ik de lieve dame of ze geen muziek had die ‘mijn klieren’ ondersteunt. Je weet nooit.

Die dokters denken ook niet aan alles als ze een therapie voorschrijven. En als ze de volgende keer nog eens zoveel vragen stellen, kan ik misschien muziektherapie voorstellen. Alles beter dan een MRI.