Onze diepste angst

Onze diepste angst is niet dat we onvolmaakt zijn.
Onze diepste angst is dat we immens krachtig zijn.

Het is ons licht, niet ons duister, dat ons het meest beangstigt.
We vragen ons zelf af;
Wie ben ik, om briljant, slim, talentvol en prachtig te zijn?

Maar wie ben jij om dat niet te zijn?
Je dient de wereld niet met valse bescheidenheid.
Er is niets verhevens in, jezelf klein te maken,
zodat andere mensen zich niet onzeker zullen voelen.

We zijn allemaal bedoeld om te stralen, zoals kinderen dat doen.

En als we ons eigen licht laten schijnen,
geven we onbewust anderen toestemming hetzelfde te doen.

Wanneer we bevrijd zijn van onze eigen angst,
zal onze aanwezigheid automatisch anderen bevrijden.

Marianne Williamson

Laat het los

Als je hoofd op ontploffen staat en je voelt dat je piekert over onbenullige zaken, stop dan en laat die gedachten gewoon gaan. Waarschijnlijk is dat waarover je piekert niet eens echt belangrijk.

If

you’re not going to talk about something

during the last hour of your life,

then

don’t make it a top priority

during your lifetime!

Richard Carlson


“De echte ontdekkingsreis bestaat niet uit het zoeken naar nieuwe landschappen,
maar uit het hebben van nieuwe ogen.”

  Marcel Proust
Luc-raak ontdekken hoe mooi het is in de eigen streek

Stroming


Ooit
en ergens
was er Stroming
was er geen Begin
en ook geen Einde
was er Alles
in de Oneindigheid
van Eb en Vloed
en Overvloed.


En toen kwam de Mens
kwam de Grens
kwam de Wens
om te be-waken
te be-grenzen:
“mijn” open plek in het bos
“mijn” hut
“mijn” kippen en mijn geit.


Dus… weg Oneindigheid?

Wel nee
want toch
en Overal
en Telkens Weer
ontstaat Stroming
is er Eb
is er Vloed
uit de Eeuwige Bron
vol Borrelende Overvloed!


Huguette Vandersteen

On peut vivre sans richesse

Presque sans le sou
Des seigneurs et des princesses
Y’en a plus beaucoup
Mais vivre sans tendresse
On ne le pourrait pas
Non, non, non, non
On ne le pourrait pas

On peut vivre sans la gloire
Qui ne prouve rien
Etre inconnu dans l’histoire
Et s’en trouver bien
Mais vivre sans tendresse
Il n’en est pas question
Non, non, non, non
Il n’en est pas question

Quelle douce faiblesse
Quel joli sentiment
Ce besoin de tendresse
Qui nous vient en naissant
Vraiment, vraiment, vraiment

Le travail est nécessaire
Mais s’il faut rester
Des semaines sans rien faire
Eh bien… on s’y fait
Mais vivre sans tendresse
Le temps vous paraît long
Long, long, long, long
Le temps vous parait long

Dans le feu de la jeunesse
Naissent les plaisirs
Et l’amour fait des prouesses
Pour nous éblouir
Oui mais sans la tendresse
L’amour ne serait rien
Non, non, non, non
L’amour ne serait rien

Quand la vie impitoyable
Vous tombe dessus
On n’est plus qu’un pauvre diable
Broyé et déçu
Alors sans la tendresse
D’un cur qui nous soutient
Non, non, non, non
On n’irait pas plus loin

Un enfant vous embrasse
Parce qu’on le rend heureux
Tous nos chagrins s’effacent
On a les larmes aux yeux
Mon Dieu, mon Dieu, mon Dieu…
Dans votre immense sagesse
Immense ferveur
Faites donc pleuvoir sans cesse
Au fond de nos curs
Des torrents de tendresse
Pour que règne l’amour
Règne l’amour
Jusqu’à la fin des jours

Origineel een lied van Bourvil (link)

Inspiratie …

Er is een weten diep van binnen,
groter dan de oceaan.
Je hoeft er niets voor te verzinnen,
alleen de diepte in te gaan.

Ben je eenmaal in die diepte
vol van wat de stilte biedt.
Voel je die veelheid van het weten
ook al begrijp je het soms niet.

Het is het weten van ons allen.
Gelijk aan alles wat er leeft.
Ook van hen die zijn gevallen
van hem die ooit geweten heeft.

Wees daarom mild in je verwijten
aan een ieder die soms faalt.
Die ander is nog aan de oppervlakte
als jij al naar de diepte daalt.

Bron: onbekend – tekst aangereikt door Timtheus.org

Wees daarom mild in je verwijten
aan een ieder die soms faalt.

Eb en vloed

Leuke quote aan mijn theezakje

Te midden van haat ontdekte ik in mezelf een onoverwinnelijke liefde. Te midden van tranen ontdekte ik in mezelf een onoverwinnelijke glimlach. Midden in de chaos ontdekte ik in mezelf een onoverwinnelijke kalmte. Ik realiseerde me, door alles heen, dat ik midden in de winter in mezelf een onoverwinnelijke zomer vond. En dat maakt me gelukkig. Want het betekent dat hoe hard de wereld ook tegen me aan duwt, er in mezelf iets sterkers is – iets beters, dat terugduwt.’

Naar Albert Camus

De kern van alle dingen

De kern van alle dingen
is stil en eindeloos.
Alleen de dingen zingen.
Ons lied is kort en broos.

En donker zingt mijn bloed,
van heimwee zwaar doorwogen.
Ik zeil langs regenbogen
Gods stilte tegemoet.
Met U zijn er geen verten meer
en alles is nabij.

Des levens aanvang glinstert weer,

geen gisteren en geen morgen meer,
geen tijd meer en geen uren,
geen grenzen en geen muren;
en alle angst voorbij,
verlost van schaduw en van schijn,
wordt pijn en smart tot vreugd verheven!
 

Hoe kan het zoo eenvoudig zijn!
Hoe kan het leven Hemel zijn,
met U, o kern van alle leven!
Ik weet het niet, ik vind geen naam,
ik krijg het met geen woorden saam
wat er nu omgaat in mijn ziele.
Is het soms blijdschap? Is ‘t verdriet?
Of allebei? En ook weer niet …
Ik kan slechts zwijgend knielen.

Felix Timmermans (1886-1947)