Is passie niet te stoppen?

Is passie te stoppen?

Klopt deze zeer explosieve opmerking op mijn vorige blog van chocolatier na de uren DVB? ‘PASSIE IS NIET TE STOPPEN!’

Dat komt binnen en mijn innerlijke criticus vraagt zich af: ‘Waar zat mijn passie op een bepaald moment en wat was het dat mijn passie een halt toeriep?’ Tijd? Beslommeringen? Combinatie werk en andere dingen? Ziekte? Mezelf verloren? Kiezen voor een maatschappelijk relevanter beroep? Niet geloven dat ik van mijn passie een beroep kan maken?

Doe wat je deed in je kindertijd!

Idealiter oefen je best een beroep uit in je latere leven wat je eigenlijk ‘speelde’ in je kindertijd. Wat jij graag deed, liefst de hele dag en wat enorm veel energie gaf. Niemand van ons dacht er ooit aan om data-analist te worden of consultant of onderwijsinspecteur of boekhouder of slippendrager van een ander.

We wilden winkeljuffrouw worden, naaister, verpleegster, schooljuf, brandweerman, landbouwer, elektricien (mensen blij maken door hen licht te geven), treinbestuurder… Beroepen die wij als kinderen heldhaftig vonden maar die nu knelpuntberoepen zijn. Beroepen waar ze premies voor geven om ingevuld te geraken. Net deze beroepen speelden wij als kind.

Ken Robinson de grote bezieler van onderwijs

Onmiddellijk denk ik aan de Tedtalk van Ken Robinson. Prachtige man die te vroeg stierf. Hij vertelt over een man die firefighter was. (Amerikaans voor mannen EN vrouwen die vechten tegen vuur.)

Wanneer wist je dat je firefighter wou worden?

Altijd. Maar mijn leerkracht raadde het mij af omdat ik te goede punten haalde. Tot ik hem uit een brandende auto haalde. Nu denkt hij daar anders over’.

Het verhaal van het begaafde kind dat ‘de maatschappij???’ liever achter een computer ziet dan met de handen werken.

Ik wou naaister worden

Als kind naaide ik poppenkleedjes, al speelde ik nooit met een pop. Heel jong naaide ik zelf mijn kleren omdat ze dan anders waren dan wat anderen droegen en omdat ik er mijn creativiteit in kwijt kon. En toen ik 18 was overwoog ik om regentaat snit en naad te doen. Wisten ik veel dat ‘mode’ een studierichting was. Het PMS vergat dit te zeggen. En ik dacht dat ik nooit zou slagen omdat ik een ASO-richting had gedaan. Maar ik bleef naaien en in de lerarenopleiding stak ik met kop en schouders boven de anderen uit in het handwerk voor kinderen van de lagere school.

Nu nog, kijk ik iedere zaterdag naar ‘Blauw Bloed’ om de prachtige kleren van Maxima te bewonderen. En alleen daarvoor. In mijn vrije tijd bleef ik nog een tijdje naaien. Toen promoveerde ik en dat bracht mij verder van mezelf en mijn passie.

En schrijven? (Ik hoor het je al vragen.) Schrijven was niet zo zeer mijn passie op school. Die rode stylo doodde die passie voor ze de kans kreeg om zich echt aan te dienen. Maar mijn kleedjes vertelden ook verhalen. Hele mooie over stijlvolle dames die op reis gingen en mooie diners en knappe mannen verleidden. Gewoon meisjesdromen hé.

Passie is niet te stoppen maar kan ernstig lijden.

Ik heb altijd ‘mijn best’ gedaan voor de opdrachten die ik kreeg. En ja, onderwijs is ook een passie geworden. Voor die blinkende ogen van lerende kinderen had ik alles over. Maar de voorbije 27 jaar controleerde ik alleen of die ogen blonken en er was geen plaats in de verslagen om daarover te rapporteren. Frustrerend bij momenten.

Nu ik tijd neem om aan mijn passie ‘schrijven’ gehoor te geven, komt de naaister in mij terug naar boven. Inderdaad DVB, passie is niet te stoppen. Op onbewaakte momenten en als je er heel bewust de tijd voor neemt, is ze daar terug.

Op de vorige blog over tot rust komen, waren er veel reacties. Mensen vertellen dat ze vooral graag dingen doen waar beweging of creatie of een zichtbaar resultaat aan gekoppeld is: Naaien, lezen, wandelen, breien, garnalen pellen, groenten kuisen, puzzelen, kleuren, schilderen, muziek spelen, kleien, tekenen, bakken, tuinieren, … Er bestaan voor al deze vaardigheden beroepen. Maar dat beroep doen deze mensen vooral NIET.

Modern times

In de jaren 70 werden we gewaarschuwd voor vergaande specialisatie in de lessen economie. We keken naar een film van de jaren 30, ‘Modern Times’ met Charlie Chaplin. Het was een aanklacht op het feit dat mensen geen voeling meer hebben met het eindproduct omdat ze herhaaldelijk dezelfde tussenstap moeten doen. SPECIALISATIE. Blijkbaar is deze realiteit na bijna 100 jaar nog steeds niet doorgedrongen want wie heeft nog zicht op het resultaat en het effect van wat ze doen? Dat hadden de beroepen die we als kind speelden wel. Die beroepen waar we een natuurlijke passie voor hadden. (Het is maar een ingeving, ik heb dat natuurlijk niet onderzocht.)

Zou het kunnen dat die verregaande specialisatie er net voor zorgt dat we ons niet goed voelen op ons werk? Dat we onszelf en onze passie verliezen doordat we het eindresultaat van wat we doen te weinig zien? Dat veel mensen daardoor in burn-out gaan?

Lieve DVB, jouw passie is chocolade en dat heeft niets met jouw dagelijks werk te maken. Jouw werk waarin jij maar een klein deeltje van het geheel voor jouw rekening neemt. Een werk waar rationalisatie en specialisatie het ultieme antwoord zijn op de problemen die zich stellen. Ik hoop voor jou, uit heel mijn hart dat je altijd tijd en energie mag vinden voor je passie. Bescherm jezelf.

En ik hoop dat het CLB nu wel vraagt aan de leerlingen wat ze graag doen, wat hen energie geeft en wat hun dromen zijn.

Spîjt? Neen, maar wel een goed voornemen!

Of ik spijt heb? Met spijt koop je geen brood en het leidt tot niets. Het maakt je alleen diep ongelukkig als je er blijft in hangen.

Mijn oplossing: Ik neem mij voor om nog minstens 30 jaar gezond te blijven met mijn volle verstand en volop te genieten van al mijn passies.

Herinner mij er aan, als je mij iets ongezonds ziet doen

  • piekeren
  • klagen en zagen
  • chocolade van minder dan 70% eten
  • de lift nemen i.p.v. de trappen
  • een hele dag binnen zitten
  • te weinig slapen
  • ziek worden
  • of doodgaan.
Afbeeldingsresultaten voor Moe Emoji

Kom tot leven, ga breien (of iets anders)

‘Gaat dat er zo aan toe bij jullie? ‘ 

Gezellig samen op de bank met ons twee.

Elk twee breipriemen onder de armen en de koptelefoon op het hoofd.

Gezellig.

Hij luistert naar een thriller. Ik naar een podcast over zelfbewustzijn. (Nooit volleerd)

Boeiend.

Kaarsjes branden. De haard geeft te veel warmte. De zoete witte wijn in onze glazen wordt warm. De  muziek op de achtergrond horen we geen van beiden. Af en toe gemor omdat we de tel van ons breiwerk kwijt zijn…

Zo kan je 100 jaar worden.

Neen! Niet bij ons.  

Mijnheer Luc-raak breit niet en zal dat ook nooit doen. Hij heeft andere interesses.

Hoe ik nu bij een dergelijke fantasie kom?

Jongens kunnen het ook!

Het begon allemaal toen ik gisteren het verhaal van Jef las. Jef is een 50 er die kampt met een burn-out. De energie wil niet stromen.

Het gaat nu wel beter met hem.

Hij leerde breien en  vindt rust in deze nieuwe hobby.

Een man? Ik zie je ogen even trekken want een mannelijke breier (het woord staat niet eens in de woordenlijst) is als een brandweervrouw (staat wel in de woordenlijst). Zeldzaam en te koesteren.

Sedert ik de uitzending van ‘Let’s talk about seks van Lieve Blancquaert in IJsland zag, weet ik dat breien een veel beoefende hobby is in dit voorbeeldland van gendergelijkheid. Het is daar een gewoonte, een traditie, dat mannen breien. Al eeuwen gaan mannen op jacht, vissen in hun geval in de zomer en in de winter maken ze die heerlijke warme schapenwollen truien met een Scandinavisch motief. (Niet gemakkelijk hoor ik je denken.) In dezelfde uitzending zagen wij ‘stoere’ vrouwen die al het respect kregen die ze verdienden.

De verdoken kracht van de vrouwen

Of onze voormoeders verplicht werden om thuis te zitten en te breien, dat betwijfel ik. Tijdens de koude winters van vroeger was de keuze om binnen te werken slim en krachtig. Bomen omhakken, omheiningen herstellen, stallen uitscheppen … brr koud.

Of het alternatief; Binnen kletsen met de buurvrouwen bij een breiwerk? Met op of onder de tafel een in de duik gestookte jenever met krieken? Of een rum in de koffie met twee klontjes suiker? Lekker stoer doen gelijk de mannen.

En dat alles terwijl de man des huizes buiten de winter trotseert. Dit noem ik verdoken feminisme. Slim feminisme; gebruik maken van je zogezegde zwakte van de vrouw om in de winter lekker bij de stoof te kunnen kletsen.  

Naaldjes slaan bij een podcast

Anno 2021 luister ik in deze korte en donkere dagen naar een podcast met een brei op schoot. Een zalig moment van rust. De man achter de microfoon vertelt over eenvoudig en gelukkig leven.   

Breien is eenvoudig: Ademen, naald insteken, draad overslaan, doortrekken, en verder doen.

‘Leven’, zo zegt mijn podcastghost, ‘is eenvoudig. Ademen, willen gelukkig zijn, leren gelukkig zijn en volhouden.’

‘Dat leer je niet op school’, wel in zijn cursussen. (10 000 euro, maar dit volledig terzijde.)

‘Op school leren kinderen niet hoe ze dat gelukkig en voldaan leven moeten creëren en leiden, hoe en wanneer ze kunnen ontspannen en resetten.’ Daarom die podcasts en zijn boeken en cursussen.

Jef en alle andere leerlingen leerden ook niet breien op school. En ook niet dat je er rustig van wordt,  als je het graag doet natuurlijk. En ze leren ook niet waarin ze wel rust vinden als ze niet graag breien.    

Mijnheer Luc-raak hakt buiten overbodige takken af, hakselt of klieft ze en doet dat heel graag. Dat is zijn manier om tot rust te komen.

Ik geniet op mijn manier. Soms brei ik snel, soms gaat het trager, als er iets heel interessants verteld wordt. Mijn vriendinnen komen niet op bezoek maar het voelt alsof er gekletst wordt.  

Breien of iets anders, het maakt niet uit

Kijk, voor dit en mijn zalig moment hebben vrouwen generaties lang gestreden. Doordat zij ervoor kozen om voor de lijflijke warmte te zorgen, mag ik hier in de warmte steek na steek, naald na naald mijn gedachten resetten en mijn namiddag vullen met wijze rijkdom.

Voor mij en voor Jef brengt breien rust in het hoofd, het reduceert stress en brengt ons dichter bij onszelf.  Puzzelen, timmeren, hout hakken, stallen uitmesten, wandelen, naaien, mediteren, voetballen, schrijven, dichten, schilderen, … kan datzelfde effect hebben. Dat hangt ervan af of je er rust in vindt.

Wat knap dat Jef zijn rustpunt deelde. Als ik even googel, kom ik breiende en ontwerpende mannen tegen. Zo doen ondernemende mannen dat. Ze kunnen iets en maken daar meteen een business van. Dat is dus weer een groot leerpunt voor de vrouwen. Mannen ontwerpen fashion, vrouwen breien gewoon.

Kop op. Wij kunnen dat ook!

Rust vinden is meer dan een noodzaak, het is levensbelangrijk

Toch raar dat in deze drukke maatschappij, waar zelfhulpboeken het land rond geleverd worden en elk bedrijf een budget besteedt aan coaching en stress reducerende trainingen, hebben we vaak niet de tijd om te genieten van gewone dingen, van onze hobby’s, die ons rust brengen.

Conclusie en moraal van dit verhaal

Geniet van je hobby, het doet er niet toe wat het is noch of je man of vrouw bent, VOOR het jouw therapie wordt.

Maak van je hobby je beroep vooraleer je te veel hobby’s nodig hebt om te overleven in de stress van je huidig werk.

Waarom is deze eerste september anders dan de 41 vorige?

“Collega’s, ik vertrouw op jullie, vertrouw op jezelf, JULLIE kunnen het beter dan ik”.

Mijn tijd in loondienst zit er op

Het is terug 1 september, net zoals voorbije 41 jaar. Die lange tijd maakte ik deel uit van het onderwijzend personeel en later van de ‘kwaliteitsbewakers’ van onderwijs.

Vandaag dus niet. Ik ben gisteren tot 12 uur opgebleven, net als bij een verjaardag, om de datum te zien veranderen van 31 augustus naar 1 september.

Mijn tijd in loondienst zit er op. Ik heb het graag en soms ook minder graag gedaan maar wie mij kent, weet dat ik vaak niet toegeef aan negatieve gevoelens omdat ik daar zelf meest last van heb.

Ik zal nog lang door Vlaanderen en Brussel rijden en zeggen tegen mijn medepassagiers dat ik hier en daar en ginds in een school op bezoek was. Gisteren vroeg Mijnheer Luc-raak nog verwonderd hoe ik een bepaalde streek zo goed kende. ‘Terwijl jij door Brakel reed om patiënten te verzorgen, reed ik Vlaanderen rond’ lichtte ik toe. Kijk, dat is tot nu het grote verschil tussen werken en anders-actief-zijn. Er is tijd om ons vragen te stellen over zaken die ons vroeger ontgingen.

Tijd voor herinneringen

En wat ik deze morgen deed? Ik zocht een plek en een naam voor het kunstwerkje dat wij onszelf cadeau deden. (Gekocht van een actieve gepensioneerde.) ‘Belle’ fleurt een schijnbaar verloren plaatsje op in de tuin. Nu nam ik daar de tijd voor en we gingen daarover in overleg. Lang geleden dat we daar zoveel tijd voor namen.

Ik bestelde zijden bloemen voor de Aalto-vaas van Iittala die wij van de kinderen kregen voor onze robijnen huwelijksjubileum. Ik had nog nooit zijden bloemen in huis maar deze vaas is mij zo dierbaar dat ik ze niet wil breken als ik de bloemen en het water ververs. Schijnbaar onbenullig maar een nieuw inzicht en een beetje zelfkennis. En die vaas is opnieuw een prachtige herinnering aan onderwijs. Enkele jaren geleden mocht ik in Finland het ‘Beste onderwijs ter wereld’ bezoeken. Na het bezoek in het noorden breiden we er een weekend Helsinki aan. Onze oudste dochter woonde toen in Stockholm en vloog over. Wie aan Fins design denkt, denkt Iitalla. En regelmatig geven mijn dochter en ik elkaar als een warme herinnering aan dat weekend een Fins presentje. En natuurlijk komen de herinneringen aan dat leef- en onderwijssysteem naar boven.

I feel blessed

Ik mocht les geven in mijn streek en in de school waar ik als kind rondliep. Ik mocht onderwijssystemen in Vlaanderen, Brussel en Europa bezoeken. Ik mocht meedenken met directeurs en leerkrachten maar moest hen ook evalueren en beoordelen. Part of the job, iemand moet het doen.

Zonder mij tikt de klok even snel

Het zijn een pak herinneringen, die dag na dag door mijn handen en hoofd zullen gaan. Onderwijs geraakt misschien nooit meer uit mijn systeem maar ik heb geen verdere plannen in die richting.

En terwijl ik online voor het eerst in mijn leven passende zijden bloemen koos, (moeilijk!) popte de chat van de vergadering die mijn oud-collega’s volgden, op. We zijn nog (eventjes) geconnecteerd. De titel van de vergadering deed mij vermoeden dat het aartsmoeilijke materie was. Plots overviel mij het gevoel ‘Ik zou dat niet meer kunnen’. Gelukkig heb ik dat gevoel voorheen nooit gehad.

Tegen elven ging ik al naar de brievenbus. Ik zag dat mijn gepensioneerde buren vaak doen. Ja, de postbode bracht vreugde onder de vorm van afscheidskaartjes. Dit is eentje dat er uit sprong. Zo grappig. ‘Geen idee wat we zonder jou moeten … maar we gaan het proberen

“Collega’s, ik vertrouw op jullie, vertrouw op jezelf, JULLIE kunnen het beter dan ik. Ik ben nu al blij dat jullie voor de toekomst van goed onderwijs willen en zullen zorgen.” Ik heb andere bezigheden.

Plots oud?

Natuurlijk niet. In gedachten zit ik al volop in de volgende fase van mijn leven. ‘Passie’ wordt mijn dagelijkse mantra.

Dit weekend mocht ik verschillende anders-actieven ontmoeten die na hun pensioen hun echte passie vonden. Ik zag glassculpturen, schilderijen, handwerken en beeldhouwwerken van hoge kwaliteit die mijn ziel raakten. En voor mij stonden 70 ers wiens leeftijd ik enkel kende omdat ik er (beroepsmisvorming) naar vroeg maar ze straalden een jeugdigheid uit die ik te weinig zie bij mensen in hun actieve periode.

Van harte, dank je wel

Aan alle directeurs en leerkrachten die mijn weg kruisten, wil ik nog zeggen dat ik altijd het belang van goed onderwijs voor het kind voor ogen hield. Misschien was ik soms te direct in de communicatie maar mijn hart ligt op mijn tong. Ik weet het. Mijn ouders hebben jarenlang gezegd dat ik eerst mijn tong 10 keer moest ronddraaien voor ik iets zei maar met de jaren ben ik zelfs nog intuïtiever geworden en nog meer uit mijn hart gaan spreken en leven.

Dat maakt mij gelukkig en daardoor sta ik vol enthousiasme als een veulen te popelen om aan de volgende fase van mijn leven te beginnen.

Dank voor de collegialiteit, dank voor de vriendschap, dank voor wat jullie deden en doen om kinderen kansen te geven, dank om mijn luc-rake ideeën en woorden te tolereren.

Liefs

Lucrèce

5 redenen waarom onze POES liever leert dan de gemiddelde leerling

Onze kat heet POES. Dat is een leuk maar nuttig detail in deze ernstige tekst.

Neen, het is niet omdat ik geen andere foto had dat onze poes zich hier mag spiegelen.

En ja, een foto van hem genereert altijd veel likes op facebook. (vaststelling)

Maar nu ernstig.

Mijn poes leert graag zonder dat hij ooit op een schoolbank zat. En dit om 5 heel belangrijke redenen:

  1. Hij bepaalt zelf wat hij wil leren.
  2. Hij kiest hoe hij het wil leren.
  3. Hij doet het op eigen tempo.
  4. Hij leert wat nuttig is.
  5. Hij doet wat hij graag doet.

Leren van moeten en leren van mogen

Ja, ik ben altijd klaar OM te leren. Mijn vele notitieboekjes getuigen daarvan. Voor elke nieuwe cursus begin ik een nieuw boekje. (Prachtige boekjes die ik zorgvuldig kies.)

Klaar om te leren? Altijd! Als het boeiend is! Maar net als de grote Churchill ben ik niet altijd klaar om onderwezen te worden. Dit is GEEN kleine nuancering.

Mensen leren hele dagen en leren doorgaans graag. Maar dat vingertje is er te veel aan. Dat vingertje van je MOET dit leren. Je MOET dat in je kopje steken.

Leren is leuk als je er het nut van inziet en als het je raakt. Leren van MOGEN dus.

Onderwijs garandeert niet altijd dat de hersenen aan het werk slaan. En dat het hart een sprongetje maakt van blijdschap. Evenmin dat het speeksel uit de mond gaat stromen zoals bij die hond van Pavlov. Onderwijs garandeert ook niet dat je zo in de flow bent dat je niet eens de bel van 4 uur hoort.

Dat is leren van MOETEN.

Zoals de kinderen het vertellen of net niet omdat ze het al gewoon zijn

Vaak vertellen kinderen mij dat ze graag naar school komen voor de vrienden, voor de nieuwe voetbaldoelen, het labyrint in de tuin, omdat ze mogen dansen onder de middag…

Zelden vertellen ze mij dat leren op zich fijn is,

dat het leren hen volledig opslorpt,

dat ze een nieuwe wereld ontdekken,

dat ze graag wiskunde doen omdat hun hersenen snakken naar meer

dat ze niet kunnen wachten tot de bib open is om het volledige boek te lezen waarvan ze op school enkel de inleiding kregen,

dat samen zingen leuk is en voor samenhorigheid zorgt,

En dat ze talenten mochten ontdekken waarvan ze niet wisten dat ze die hadden.

Kortom, ze vertellen te weinig dat het onderwijs gericht is op hun ontwikkeling, op zich goed voelen omdat ze nu meer weten, ze het beter snappen, de lessen interessant zijn. En dat het ook boeiend is IN de klas.

Onze poes

De poes wil niet onderwezen worden. Hij is heeft een uniek talent voor eigenzinnigheid dat we hier in huis allemaal tolereren. Hij kiest de beste plaats. Gaat buiten als iets of iemand hem stoort. Krabt met de poten op de deur tot iemand ze opent. Hij kiest zelf wat HIJ wil.

Was hij een kleuter, hij was een probleemkind.

Maar/en hij leert enorm veel.

Hij neemt zelfs de tijd om even na te denken en een situatie in te schatten voor hij de aanval op een vogel inzet.

Daar keek ik vorige week vol bewondering naar. Hij zat een vogel te beloeren en ondernam verschillende pogingen om hem te pakken. Hij hoopte natuurlijk op een zeer vers maaltje.

Verschillende pistes, meerdere pogingen. Maar zonder succes. (Gelukkig voor de vogel.)

De poes leerde bij, nu weet hij hoe het NIET werkt.

Net als Thomas Eduson: “I have not failed. I’ve just found 10,000 ways that won’t work.”

Churchill met het hart op zijn rake tong

Er bestaan wel meer rake quotes van deze koppige, zeer eigenzinnige man. (Ik gebruikte dezelfde omschrijving voor POES.)

Hij kende het verschil tussen leren en onderwezen worden wel. Door zijn eigenzinnigheid en door zijn koppigheid en hij durfde het zeggen in een tijd dat mensen de dingen meer ondergingen. Maar heeft hij verder gedacht aan de miljoenen leerlingen in de klassen?

Jammer dat leren en onderwijzen vaak in een zelfde zin gebruikt worden. Onderwijzen leidt spijtig genoeg niet altijd tot actief en effectief leren. En dat is jammer natuurlijk. Want niet onderwijs op zich is DE sociale hefboom maar de mate waarin we leren en onszelf ontwikkelen.

Generatie Z

Het onderwijs moest stevig schakelen tijdens deze pandemie.

Maar misschien nog niet genoeg. Misschien moeten we meer inzetten op enthousiast en natuurlijk leren.

Mijn ouders hadden niet de kans om te studeren. Ze dachten dat naar school gaan en onderwijs krijgen het meest interessante was wat er bestond. Om die reden mochten wij ook nooit klagen over saaiheid of verveling.

Maar kinderen van nu zijn anders. Anders omdat er al zoveel boeiends gebeurt in hun wereld. Omdat ze zelf actief willen participeren aan hun leerproces. Omdat ze zelf willen bepalen op welke manier ze dingen willen en kunnen leren. Omdat ze willen meespreken over hun eigen leerproces, hoe klein ze ook zijn.

Onze kinderen zijn kinderen van generatie Z. Emoties en emotionele intelligentie nemen voor hen een een belangrijke positie in.

Wat ze doen, willen ze graag doen. Dat is hun natuur.

Dus of we komen hieraan tegemoet of we slaan op dezelfde nagel tot we er naast slaan op onze eigen vingers.

Als we onze kinderen een goeie toekomst en een gelukkige schooltijd willen geven, moeten we ze de kans geven om betrokken en veel te LEREN.

Gelukkig hebben meer en meer scholen dit begrepen.

School aan de lijn: ‘Het gaat allemaal goed’

Minister Weyts wil jaarlijks het welbevinden van alle leerlingen testen.

Nobele gedachte.

Edele daad maar te laat (rijmt ).😊

Evalueren gebeurt aan het einde van een proces. Eerst moeten we het welbevinden van kinderen nog meer ondersteunen.

Een telefoontje om te zeggen hoe goed het gaat

Ik ga eens iets vertellen wat wij mochten meemaken. Wij, ook al gaat het over onze kleindochter die 800 km verder woont.

Het begon met een WhatsAppbericht tussen het werk. ‘Adriana eet haar stukjes banaan alleen op en kan al goed zelf eten met een lepeltje in de KITA (kinderopvang).’

Wereldschokkend? Neen

Maar we waren blij en fier en ’s avonds hebben we haar daarmee gefeliciteerd via datzelfde kanaal. En de fiere ouders en de Zwitserse en Amerikaanse kant van de familie deden waarschijnlijk net hetzelfde.

Een klein bericht werd wereldnieuws.

http://www.luc-raak.be Omalu smelt met haar zelfstandige kleindochter

’s Avonds kwam de volledige uitleg. Onze dochter vertelde:

Ingrid van de KITA belde die morgen.

De telefoon ging en ze waren beiden (de ouders) in een kramp geschoten toen ze hoorden wie het was. Een ongeval? iets ernstig? Komt ze iets te kort? Iets vergeten?

Neen, gewoon om te zeggen hoe goed ze het doet en hoe zelfstandig ze is.

Dit weekend kregen we het ook te zien op het schermpje. Hoe ze zelfverzekerd en alleen haar banaan eet. Hoe ze rustig en mindfull aan tafel zit.

Gestoef alom. Supporters meer dan genoeg. Een zalig moment voor de hele familie. 👍👏👏 Ver weg en dichtbij.

En de ouders leerden dat ze zelf moet doen wat ze kan. (En dat ze moeten werken aan de zone van de naaste ontwikkeling. Dit begrepen ze zonder dat die theorie uitgelegd werd met een vingertje.)

Dikke duim voor haar zelfstandigheid. Een zalig lang weekend waarin ieders zelfvertrouwen een boost kreeg.

Een telefoontje om iets aan te kaarten

Stel: Ingrid belt om te zeggen dat er al kinderen van 11 maanden zijn die wel alleen hun fruit kunnen eten. En dat ZIJ nog niet met een lepeltje kan eten terwijl vele kinderen dat wel kunnen.

Telefoon naar Brakel: Of het wel normaal is dat ze dat op haar leeftijd moet kunnen? Hoe ze dat thuis zelf kunnen aanleren? Of het kind wel normaal is? Of ze geen ontwikkelingsachterstand opliep? Welke gevolgen dit kan hebben op lange termijn?

Paniek in Brakel: Ik open de boekjes van Kind en GEZIN (edities 1982 – 1985 -1997) en controleer of één van onze kinderen, met wie het uiteindelijk goed kwam, al alleen konden eten op 11 maanden.

Paniek in Zurich: Geen rust meer aan het ontbijt want zij MOET alleen kunnen eten. Vier ogen zijn constant gericht op al wat ze doet want dat wil je niet, een kind dat op 11 maanden nog niet zelfstandig een banaan in haar mond kan steken.

Stress op alle fronten: En vooral bij de kleine Adriana die, al begrijpt ze het niet in woorden, voelt dat er ergens iets fout moet zijn met haar want plots begint iedereen aandacht te geven aan de manier waarop ze eet.

Stel het kind is 6

Telefoon van de juf om te melden dat het kind een aantal letters niet kan lezen en de cijfers 5 en 6 verwisselt. (Dit weten als leerkracht getuigt van interesse in het leerproces en een goeie foutenanalyse. Een goeie juf eigenlijk.)

Telefoon van de mama naar de papa want er zijn problemen.

Telefoon naar de ouders en de schoonouders want je verwacht troost en steun.

Telefoon naar … misschien wel een schoolexterne die het probleem kan oplossen.

Stress als het kind thuis komt. Het kind voelde in de klas al dat het niet kon wat de anderen wel kunnen. En thuis vindt het gestresseerde ouders die hem/haar NOG eens opnieuw laten lezen. En morgenavond meer van dat. En dit weekend gaan we dat ook doen tot je het zo goed kan als de andere kindjes van uw klas.

🤢🤢🤢🤢🤢🤢

Niets werelds is mij vreemd

Complimenten geven zit niet echt in onze natuur. Maar het heeft nut. In alle richtingen.

Ik vroeg een oudercontact aan met de muziekleraar van de oudsten om de man te vertellen dat hij heel veel betekende voor mijn kinderen. Ze bloeiden open in de muzieklessen en de orkesten waar ze zich door en met hem konden uitleven. De man was speciaal gekomen naar school voor dit oudercontact en ik voelde mij schuldig. Dwaas van mij, de man is nog altijd heel vriendelijk als hij mij ziet, vraagt hij naar de kinderen. Misschien had hij wel stress toen ik plots een oudercontact aanvroeg.

Geven wij in school- en opvoedingsmilieus niet te veel negatieve feedback? Waardoor ouders alleen maar negatieve commentaar verwachten? Zeker voor ouders van kinderen met leermoeilijkheden is dat een ramp.

En voor de kinderen. Weten dat mama en papa naar school moeten om te horen dat het weer niet goed is.

Ik herinner mij ook hoe de rapporten besproken werden op nieuwjaarsdag bij onze grootouders. Ik kon onder de stoelen kruipen want ik had het gevoel dat iedereen een beter rapport had dan ik.

Boodschap voor de minister

Tof dat het welbevinden van de leerlingen je zorgen baart, Ben Weyts. En ik ben niet voor extra decreten en lijsten vol ‘moetjes’. Maar een telefoontje met alleen wat het kind goed doet of waarin het groeit, is in elk gezin welkom. Over elk kind is veel goeds te zeggen. Vraag dat maar aan de grootouders❤❤ .

De stress die van de school naar huis gaat wordt vertienvoudigd. Laat ons aan de kinderen denken.

Over overgave en opgave bij dementie

Ik stond om 7 uur uitgerust op en voelde mij om 8 uur al moe.

Ik bleef herhalen dat het zondag is. En dat ik vanavond terug kom slapen. Meerdere keren overliep ik het briefje, haar houvast. Ik schreef in het rood ZONDAG. Enkel het scheurbriefje van de kalender was daar het bewijs van. ‘Met één trok was alle oriëntatie weg’ dacht ik. En dan was het weer maandag in haar beleving.

Wat ik fout deed en waar ik zo moe van was, hoorde ik op de radio terwijl ik even naar huis reed. Overgave Lucrèce! Ik hoorde Ingeborg in de ROTONDE. Ze heeft het ook moeten leren.

“Overgave is dat stapje voor opgave”

In plaats van te blijven vechten en jezelf ziek te maken, kan je maar beter opgeven. http://www.luc-raak.be

Ingeborg is een type dat niet blijft vechten voor wat ze wil. Ze denkt dan maar dat wat ze niet kreeg eigenlijk niet voor haar bedoeld was. Ze leerde ook dat door dingen los te laten, oplossingen volgen.

Ik herken het. Ze vertelde over haar moeilijk zwanger geraken en toch de natuur haar gang laten gaan. Ik dacht aan mijn moeilijke zwangerschappen waarin ik mij overgaf en aanvaardde dat dit vruchtje niet voor ons was.

En dat geeft uiteindelijk een bevrijdend gevoel.

Heeft overgave dan een stapje voor op opgave of is overgave het stapje VOOR opgave?

Vechten of overgave?

Ik heb mezelf met momenten een lafaard gevonden omdat ik niet bleef vechten maar mij gewoon overgaf. Dat is niet ideaal voor je zelfbeeld, geloof me maar wel voor het stressniveau in je lichaam.

Blijven vechten brengt veel stress mee. En dan weet je nog niet of je gaat winnen.

Ik heb de Heer al verschillende keren bedankt omdat ik mij heb kunnen overgeven aan het lot. Toen achteraf bleek dat dat waar ik (niet) voor gestreden had, uiteindelijk zeker niet bij mij zou passen.

Ik herinner me dat ik tegen de kinderen op moeilijke momenten zei dat het allemaal zou goedkomen. Dat werd niet altijd in dank aanvaard. Ik zie mijn dochter nog kwaad roepen naar mij: ‘En zeg niet dat het allemaal gaat goedkomen’.

Ik weet het, veel mensen willen dat niet horen. Maar zoals ik de kinderen vertelde. ‘Je hebt eigenlijk geen keuze.’ Als je blijft geloven dat het een ramp is, dat het nooit meer goed komt dan krijg je stress. En je weet niet eens zeker dat er geen oplossing komt.

Of je geeft je over en knelt je vast aan de gedachte dat alles goed komt. Deze geeft minder stress en je weet uiteindelijk ook niet of het goed komt. Maar er is wel hoop.

HOOP stimuleert de gelukshormonen

Het verschil tussen overgave en opgave is hoop. Hoop is een positief gevoel en dat gevoel stimuleert onze gelukshormonen. Een gebrek aan deze hormonen leidt tot depressie.

Het gevoel te moeten opgeven daarentegen blokkeert ons en geeft een slecht gevoel. Bij overgave heb je de situatie dus meer in eigen handen. Ik kies om niet te vechten, om geen energie te verspillen, om los te laten, om het lot voor mij te laten beslissen. Overgave geeft meer autonomie. Ik beslis en ik kies zelf een leven met minder stress.

Er knellen nog schoenen

De overtuiging dat, ‘als ik iets niet krijg, het niet voor mij zal zijn’, zit diep in mij geworteld. Ik geef niet op voor ik begin, dat nu ook weer niet. Maar ik heb het gaandeweg geleerd en voor waarheid aangenomen. Als ik voel dat ik te veel tegenkantingen heb, laat ik los.

En daar wringt mijn andere schoen. Als we voor een hoger doel staan voor anderen, mogen we net niet te vlug opgeven. Ik heb in mijn leven gestreden en gevochten voor mijn hoger professioneel doel en ik voel dat ik gaandeweg om mezelf te sparen, opgegeven heb. En dat wringt nog steeds, zelfs nu ik binnen enkele maanden nog enkel zal bezig zijn met de activiteiten van Luc-raak; columns schrijven en copywriting.

Ons mama

Beginnende dementie keert niet. Ik maakte het meerdere keren mee in de familie. Toch is mijn overgave, aanvaarden wat is, hier het enige dat ik kan doen. Tientallen keren zeggen welke dag het is en evenveel keren beloven dat ik vanavond terug kom slapen, vraagt veel energie. Zeker als ik stress toelaat en de gaten in haar geheugen niet aanvaard. Door de situatie te aanvaarden, rustig en geduldig te blijven, halen we heel veel winst. Dan is er meer rust. Zo kunnen we nog genieten van de heldere momenten en dat is voor ons beiden beter.

Ik wil niet opgeven en blijven zorgen. Overgeven en aanvaarden zijn de enige keuzemogelijkheden.

Over crisis, de vespa, marketing en een schone man

De wereldoorlogen brachten innovatie. Een crisis verplicht om een tandje bij te steken. Veel nieuwe uitvindingen komen voort uit een nood.

(Hopelijk zal deze crisis er ook voor zorgen. Binnen enkele jaren kunnen we aan onze kleinkinderen vertellen dat die CORONA ondanks alles heel veel innovatie met zich meebracht. En dat zal zo zijn want iets meer dan een jaar later kunnen we er toch al een aantal opsommen.)

Dat tussen haakjes want ik wijk af. Ik wil terug naar de Tweede Wereldoorlog en Italië.

Onlangs plaatste ik deze quote van Godfried Bomans: ‘De scooter raakt de Italianen in hun hart. Hij is het symbool van wat hen ’t liefst is, snelheid, dynamiek, wendbaarheid en viriel lawaai’.

uit Mijmeringen bij een bord spaghetti – Bomans

Als reactie kreeg ik een filmptip, ‘Enrico Piaggio: Vespa’. Nu op Netflix. Ik sla goeie tips zelden in de wind.

Crisis

Na de Tweede Wereldoorlog lag de vliegtuigenfabriek van de familie Piaggio plat. Gebombardeerd.

Er was armoede onder de bevolking en de eigenaar moest dringend op zoek naar iets nieuw, iets innovatiefs.

Vespa

Na lang zoeken werd het een kleine scooter

  • geschikt als vervoer naar het werk
  • geschikt voor de smalle Italiaanse straten
  • geschikt voor het heuvelachtige land
  • geschikt voor vlugge verplaatsingen
  • geschikt voor mannen en vrouwen
  • geschikt om ook iets mee te vervoeren
  • betaalbaar.

Je kan in de film bijna in het hoofd van Enrico Piaggio kruipen. Uit het puin van de fabriek, uit de step die hij zag, uit het gesukkel van vrouwen met rokken, uit toevallig vervoer werd de vespa geboren. Bomans koppelt de scooters aan ‘viriel lawaai’. De naam VESPA komt net van het zachte geluid dat het voertuig produceert, als een wesp (VESPA).

Marketing

Over crisis, de vespa, marketing en een schone vent http://www.luc-raak.be

En dan stonden de groene scootertjes daar. En masse. Te koop. Veel interesse. Geen of weinig klanten. Stakingen (natuurlijk).

Te duur na de oorlog. Te innovatief. Hij riep geen of te weinig ‘gevoel’ op.

Het grote marketingwerk MOEST beginnen. Niet via social media of tv maar via de geschreven pers (een liefdesverhaal). Uiteindelijk werd de VESPA gebruikt in de Amerikaanse film ‘Roman Holiday’ (1953). Dat laatste zorgde ervoor dat mensen zich gingen identificeren met  Gregory Peck en Audrey Hepburn. Nu waren de Italianen wel bereid om hun laatste lire te besteden aan het VESPA-gevoel.

Film

Dit moet een hoogstaande, intellectuele film zijn, hoor ik je denken. Eigenlijk niet. Het is een luchtige romantische film. Heel mooie mensen, een crisis (na de oorlog) nog een crisis (stakingen) nog een crisis (in de liefde), nog een crises (overspel), nog … en een gelukkig einde.

Voor mij lijkt het wel de samenvatting van mijn cursus marketing. De VESPA is een goed product. Maar zonder juiste marketing was het een flop geweest. De VESPA is het nationaal symbool van Italië geworden via een innovatieve denker, een durver die het gelukkige toeval – een film in Rome – ziet en benut als reclame. Hij creëerde het VESPAgevoel. Iedereen kent wel iemand die dat gevoel nog steeds heeft.

Schone mensen

Enrico Piaggio, hoofdrolspeler en uitvinder van de VESPA wordt in de film voorgesteld als een schone mens van binnen en van buiten. Voor de liefhebbers van schone mannen in de Italiaanse films wil ik er bij vertellen dat de hoofdrolspeler Alessio Boni geen onbekende is. Hij is de superknappe broer die veel te vroeg door het raam sprong in de familiekroniek ‘La Meglio Gioventù’. Je weet wel, hij liet een vriendin en een kind na en er werd nog vaak over gesproken. Op het einde kwam hij nog even in beeld. Een impulsieve dood, een zeer spijtig voorval vond ik het. Het greep mij echt naar de keel. Bijna te zwaar om te schrijven als scenarist. Erger dan de vele tegenspoed die Italië kende tussen 1966 en 2003. En dat was wel wat.

Een aanrader

Ik lees tussen de commentaren dat de film niet veel om het lijf heeft. Voor mij dus wel en op meerdere terreinen. Het romantische sausje, de Italiaanse flair, de schoonheid, de prachtige taal zorgden voor een heerlijke vooravond op een druilerige hoogdag. En ik heb weer een prachtig verhaal over wat goeie content en marketing is. Ik heb genoten. Nu jij nog. Laat je het weten?

MeToo slorpt veel van mijn tijd op

Sommige vrouwen, ze roepen hard, vinden complimenten van een man (of misschien wel van een vrouw in deze gender neutrale maatschappij) discriminerend en denigrerend.

Hangt er van af.

Een collega en ik besloten om aan omgekeerde discriminatie te doen door onze mannen op het werk regelmatig gemeende complimentjes te geven.

(Kan nu natuurlijk veel minder met al dat Online gedoe.)

Dergelijke visies hebben een invloed, MeToo loert over de schouders mee.

Gisteren wou ik mij voorbereiden op een zonnig weekend en ik ging shoppen. Ik paste zeker 20 kleedjes en passeerde daarmee evenveel keren voor de spiegel.

Een man zat op zijn vrouw te wachten en volgde elke beweging die ik maakte. Ik zag dat hij iets wou zeggen maar dat deed hij niet. Durfde niet waarschijnlijk.

Uiteindelijk kwam de verkoopster even helpen. Ze raadde mij een kleedje aan en ineens durfde mijn observator wel iets zeggen.

‘Dat donker blauw gaat goed bij jouw donker haar’.

‘Dank je wel’ zei ik, ‘ik wist dat jij daar een oog voor had.’

Dat blauwe kleedje was één van de eerste die ik paste. Had de lieve man het maar vroeger durven zeggen, dan had ik veel tijd gespaard. Ik volgde, nam een besluit, bedankte, betaalde en vertrok met een goed gevoel.

Kijk, die kleine dingen kleuren mijn dag.

Boer zoekt grond waar woorden groeien

Eerst zorgen voor goeie grond

Gisteren mocht ik genieten van gesprekken tijdens een onderzoek. Leden uit het team werkten samen vanuit een zelfde visie die jaar na jaar groeide. Het startte allemaal met een gemeenschappelijk hoger doel. Ze bewerkten eerst de grond en ploegen nog steeds enthousiast verder.

Sommige zaden groeien, anderen niet. Sommige planten dijen op hun grond, anderen niet. Die hebben meer of minder water nodig. Misschien bevat hun grond te veel vetstof voor hyper allergische plantjes. Of te weinig voor zaden die heel veel vet nodig hebben. Maar de grond is goed. Daar twijfelt niemand aan.

Het team bestaat zowel uit vrijwilligers als loontrekkers. Het gemeenschappelijk doel is de schakel die hen bindt. Hun werking vraagt inzet, veel inzet maar samen vooropgestelde doelen bereiken, geeft voldoening.

Gratis snoep! Een TED-talk

Laat mij dan ook heel toevallig, (bestaat toeval wel?) gisterenmorgen deze TED-talk (link) beluisteren van Emily Esfahani Smith’s. Een zalige snoep om mijn suikervrije dag te beginnen. Ze vertelt ‘meaning is the key to a fulfilling life’. Meaning als betekenins, een meerwaarde, een hoger doel, wat je gelooft, waar je voor staat.

De snoep hielp mij om mijn positieve indrukken te kaderen.

Mensen veranderen niet van werk om succes te hebben, om meer te verdienen, om meer status te krijgen maar om een hoger doel te realiseren; kinderen goed onderwijs geven, mensen helpen bij hun genezing, kinderen opvoeden tot weerbare mensen, mensen zonder toekomstperspectief weer hoop geven.

Natuurlijk zijn er anderen maar die botsen dan maar tegen hun muren.

Mensen met een hoger doel ervaren meer geluk. Maar ook voor hen zijn muren waar er kunnen tegen botsen. En zo’n mensen kruisten ook mijn pad.

Plantgoed dijt enkel op goeie grond

Gedurende de dag mocht ik genieten van cohesie, professionele samenwerking, eensgezindheid, respect, innerlijk geluk bij mensen met een duidelijke missie en visie. De teamleden vonden elkaar in hun ideaal. Neen, om samen idealen te realiseren moet je zelfs geen vrienden zijn. Je gaat voor hetzelfde en dat is voldoende. Nieuwe mensen moeten eerst de grond waarderen en dan pas mogen ze er in. Als ze bereid zijn om de grond verder te bewerken op een respectvolle manier.

Zaden en plantsel sterven in dorre grond

Gisteravond kreeg ik een afscheidsmail van iemand met idealen die deze nu op een ander terrein zal zoeken, hopelijk vinden. Zij had een braak stuk grond gezien waar ze ideeën en doelen rond had. De grond was klaar om te bebouwen, te verfraaien. Dacht ze. Anderen zagen niet dat het de grond aan iets ontbrak en ze vond geen erkenning voor haar enthousiasme. Waarschijnlijk was er geen gemeenschappelijke droom waar haar idealen deel konden van uitmaken. De grond was niet klaar voor haar zaaigoed. Ze ploegde, zaaide en plantte maar had niet het gevoel dat er iets groeide. Ze gooit de handdoek in de ring en gaat op zoek naar nieuwe grond.

Toch beter eerst een bodemonderzoek laten doen

Een zelfde gesprek had ik vorige week met iemand die net in een leidinggevende functie begon. Iemand met visie, iemand met een missie. Daardoor had ze indruk gemaakt op de jury. Ze werd aangenomen. Hopend dat zij verandering zou brengen. Maar het team, noch het bestuur was klaar voor verandering, klaar voor haar diepgewortelde visie en missie.

‘Zo jammer‘, zei ik haar. Ik geloof sterk in haar talenten en ideeën. ‘Jij had de kans moeten krijgen om een school te kiezen die klaar was voor jou.’

Mensen aanwerven is nog te vaak een eenrichtingsverkeer. Door doelen, visies en idealen niet op voorhand af te stemmen, geraken mensen ontgoocheld. En dat voelde ik ook bij deze dame.

De boer verwerkt ook tegenslag

Toen zag ik de quote van Mandela, ‘Ik verlies niet, ik win of leer’.

Mandela heeft uiteindelijk mooie dingen gedaan in zijn leven, de apartheid aangepakt en de menselijke geest wakker geschud. Hij heeft kansen gekregen en zijn visie en levensdoelen kunnen houden en uitdragen. Maar hij heeft dit alles ook met 27 jaar gevangenis moeten betalen.

Ik hoop nu vooral dat de mensen die ontgoochelingen opliepen inzien dat ze wel geleerd hebben. Dat ze zichzelf niet verloochenden en dat ze zelfs nog meer overtuigd geraken van hun eigen missie en visie, doorheen de ontgoocheling. Ik wens hen toe dat ze zich geen verliezers voelen maar winnaars net omdat ze trouw zijn gebleven aan hun eigen idealen.

… en ploegt voort

Vandaag denk ik dus heel speciaal aan de mensen de passende grond voor hun zaden nog niet vonden.

Alles komt uiteindelijk goed, maar die tussenperiode is lastig.

Schrijven voor bewerkte grond

Voor ik teksten kan schrijven voor iemand, is het essentieel dat ik weet hoe zij hun grond bewerken en van welke plantjes de klant houdt. Pas als we elkaar begrijpen, connectie voelen, kan ik mij inleven en voor hen schrijven. Uiteindelijk schrijf je als copywriter meestal teksten waar een ander zijn naam onder zet. En dat moet juist voelen voor de klant.

Maar schrijven is daarom niet minder uitdagend voor mij. Het is boeiend om eens in de kop van een ander te kruipen.

Kwam een vrouw bij de dokter (en zijn assistente)

7 jaar heb ik psychologie gestudeerd.  7 jaar dat is langer dan een psycholoog er over doet. In mijn geval waren het bijvakken voor 3 opleidingen maar dan 7 jaar lang. Dus niet zo intens als de opleiding psychologie maar wel langer getrokken. En ik zeg nu al. Ik heb afgezien.  

Een divergent brein

Psychologie studeren, dat doet wat met een mens en zeker met deze mens en met mijn hersenen. Mijn brein pakt de realiteit zeer divergent aan. Ik leg het uit: Een brein kan convergent denken, focussen. Of aanleg hebben om divergent te denken, verbanden leggen. Wel dat van mij heeft die laatste aanleg en bij elke psychologische zelfs psychiatrische aandoening die ik moest bestuderen, ziek of gezond had ik voorbeelden uit mijn eigen leven.

Het begon al in de les. Een uur, soms twee opletten ging vaak moeilijk want in mijn hoofd zat een stem die mij onmiddellijk wees op het feit dat er indicaties waren dat ik die aandoening had. Meer nog, die stem nam mij mee naar de situatie en ik herbeleefde die alsof het NU (toen) was. Waar het hart van vol is, loopt de mond van over dus had ik de neiging om mijn buur te verstrooien of gewoon te storen met mijn voorbeelden.

Jonge mensen kunnen zich waarschijnlijk nog moeilijk een aula voorstellen waar één leraar vooraan staat en door de micro les geeft, terwijl de studenten eigenlijk doen wat ze niet laten kunnen of opletten. Dit volledig terzijde.

Psychologie studeren nam al mijn tijd in beslag

Vaak ging ik verward naar huis. Het was de tijd voor internet dus herlas ik thuis mijn nota’s of ging de aandoening opzoeken in de bibliotheek. Dit met de bedoeling meer duidelijkheid te krijgen over mijn geestelijke toestand.

Angst, bipolaire stoornis, depressie, eetstoornis,  psychose, schizofrenie, afasie, neurose of encefalitische encefalopathie, het voelde alsof ik dat allemaal had. (Die laatste aandoening is gewoon parate kennis. Ik prentte die zo hard in mijn geheugen dat ik die er nooit meer uit krijg. Als ik ooit dement ben, herhaal ik het woord nog.)  

Freud, Adler, Jung en nog veel anderen hebben er allemaal toe bijgedragen dat ik voelde dat er toch wel iets fout MOEST zijn met mij.

Ik volgde niet alleen de lessen maar ik moest de cursus nadien structureren, samenvatten, voorbeelden zoeken om indruk te maken op de examinator en blokken. En dan examens afleggen. In mijn herinnering was het examen psychologie altijd mondeling. Een kans voor de leraar om mij nog eens goed te observeren en misschien de bevestiging te krijgen dat er toch iets fout was met mij.

Ik had doorgaans ZEER goeie punten voor psychologie. Echt waar maar ik studeerde het dan ook bijzonder grondig.

Je kan alleen jezelf veranderen

Een mens moet aan zichzelf en het eigen welzijn denken en dat deed ik op de duur. Die zelfreflectie was te pijnlijk dus ging ik op een gegeven moment iedereen rondom mij analyseren. Ook daar geraakte ik vanaf. Gelukkig. Het heeft geen enkele zin om een ander te veranderen, dat kan je niet.

Intussen zijn we jaren verder en het gaat goed met mij. Vooral omdat ik gestopt ben met analyseren en ik mijn divergente brein een andere opdracht gaf; blogs en columns schrijven. Mijn hersencellen springen van vreugde nu ze alles met alles mogen verbinden, ook al heeft het weinig met elkaar te maken. Soms is het resultaat zelfs grappig.

En deze week mocht ik naar de dokter

Deze lange inleiding om tot mijn bezoek aan de dokter van deze week te komen. Ik moest op controle voor twee goedaardige tumoren die, als ze groeien, mijn hele hormoonhuishouding kunnen verwarren. Ik weet het al een paar jaar maar stelde de onderzoeken steeds uit. Zeker nadat ik deze zomer een angstaanval (zie je daar heb je het toch) kreeg tijdens een MRI-scan.  

Ik belde vorige maand een endocrinoloog. ‘Neen mevrouw, de dokter heeft een wachtlijst van meer van één jaar.’ Ze kon mij er opzetten en vroeg de reden. “Twee goedaardige tumoren”, zei ik met de nadruk op goedaardig.

Woensdag kreeg ik telefoon, ik mocht donderdag gaan. ‘De dokter neemt jou er tussen wegens de ernst van uw aandoening.’ LAP!

Vriendelijke en bekwame dokters, aan hen lag het niet

De dokter had een lieve assistente bij wie ik eerst op gesprek mocht. Ik kreeg bijzonder veel aandacht, werd ernstig genomen met al mijn klachten en voelde mij onmiddellijk veilig.

Na een dik half uur kwam de dokter binnen. Nu wil ik terloops de assistente beschrijven: Jong, slank, knap, heel verstandig maar nog in opleiding. Dus vond de dokter het nodig om heel veel uitleg te geven aan haar en ook een beetje aan mij. Ik was verplicht om te luisteren eigenlijk.  

Zij mocht daar in mijn bijzijn een soort mondeling examen afleggen. Ik wist niet dat we zoveel hormonen in ons lichaam hadden. De assistente kende ze precies ook niet allemaal. Erger was dat elk van die hormonen verantwoordelijk was voor kwaaltjes, klein en groot. Ik hoorde daar spreken over het ergste wat mij kon overkomen tot ouderdomsvlekken waarvan ik eerlijk gezegd vind dat ik er van gespaard ben gebleven. Mijn hersencellen creëerden vooral beelden bij het ergste. Ze waren het niet verleerd.

Daar is de vervelende stem weer

De stem in mijn hoofd was terug. Ik herkende heel veel van de opgesomde aandoeningen. En ik kon mij ook niet inhouden om af en toe, regelmatig zelfs, een aanvulling te laten registreren in mijn persoonlijk dossier. ‘Dat heb ik ook dokter’ . Telkens was dat zeer interessant en vuurden ze vragen op mij af om mijn probleem te ‘finetunen’. Het was heel belangrijk om zoveel als mogelijk te detecteren via het bloedonderzoek, anders moest ik terug onder de MRI. Dat argument gaf de doorslag om naar eerlijkheid te antwoorden.

Kwam een vrouw buiten bij de dokter

Ik voelde mij gezond toen ik binnen ging. Dat was veel minder toen ik het ziekenhuis verliet. Ik  bedankte de dokter en de assistente voor de goede zorgen. Maar ik zal vooral heel blij zijn als alle onderzoeken achter de rug zijn en ik gewoon mag horen dat de twee goedaardige tumoren verder GEEN ENKELE invloed hebben. Op niets.

Ik ben nog niets gaan opzoeken deze keer. Ik wil mezelf niet bang maken. Maar net stuurde iemand mij muziek door die de pijnappelklier ondersteunt in haar werking. Mooie rustgevende muziek, ik stapte 5000 stappen terwijl ik er naar luisterde. Maar met mijn pijnappelklier is niets mis, voor zover ik weet. Voor alle zekerheid vroeg ik de lieve dame of ze geen muziek had die ‘mijn klieren’ ondersteunt. Je weet nooit.

Die dokters denken ook niet aan alles als ze een therapie voorschrijven. En als ze de volgende keer nog eens zoveel vragen stellen, kan ik misschien muziektherapie voorstellen. Alles beter dan een MRI.